· 7 min lezen

Box 3 in 2026: forfaitair rendement, tegenbewijs en de plannen voor 2028

Hoe vermogensbelasting in box 3 werkt in 2026: heffingsvrij vermogen, forfaitaire rendementen, tegenbewijs en de voorgestelde vermogenswinstbelasting vanaf 2028.

Box 3VermogenSparen en beleggen

Box 3 gaat over je vermogen: spaargeld, beleggingen, een tweede woning, uitgeleend geld en overige bezittingen, minus je schulden. Je betaalt geen belasting over je vermogen zelf, maar over het rendement dat de wet aan dat vermogen toerekent.

Heffingsvrij vermogen

Een deel van je vermogen blijft buiten de heffing. In 2026 is het heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon. Fiscale partners kunnen dat samen tellen. Zit je met je totale vermogen onder die grens, dan betaal je in box 3 niets.

Forfaitair rendement per categorie

Boven het heffingsvrij vermogen rekent de Belastingdienst per categorie een vast rendementspercentage. In 2026 gaat het om:

  • banktegoeden: 1,28%
  • beleggingen en overige bezittingen: 6,00%
  • onroerend goed: 6,00%
  • schulden (aftrekbaar): 2,70%, boven een drempel van € 3.800

Over het zo berekende rendement betaal je 36% belasting. Omdat spaargeld een veel lager forfait heeft dan beleggingen, maakt de verdeling van je vermogen een groot verschil — ook als het totaalbedrag gelijk blijft.

Tegenbewijs: je werkelijke rendement

Was je werkelijke rendement lager dan het forfait, dan mag je met tegenbewijs van dat lagere rendement uitgaan. Wat "werkelijk rendement" is, verschilt per categorie: bij banktegoeden gaat het om ontvangen rente en koersverschillen op vreemde valuta, bij beleggingen om dividend én de waardeverandering over het jaar, bij onroerend goed om huurinkomsten plus waardestijging. Ongerealiseerde waardeverandering telt mee, ook als je niets hebt verkocht.

Tegenbewijs geldt voor je hele box 3-vermogen, niet per categorie. Je kunt dus niet het lage forfait op spaargeld combineren met een laag werkelijk rendement op je beleggingen: je kiest voor het geheel de voordeligste uitkomst.

Wat is de voorgestelde wijziging vanaf 2028?

Het kabinet stelde op 29 september 2026 voor om vanaf 2028 financiële instrumenten zoals aandelen, obligaties en opties onder een vermogenswinstbelasting te brengen. Waardestijging wordt dan pas bij realisatie belast. Daarmee vervalt voor circa 90% van het vermogen met waardeontwikkeling de eerder voorgestelde vermogensaanwasbelasting over papieren winst. Voor de overige vermogensbestanddelen is een volledige overstap in 2030 voorzien. Dit is nog niet definitief: een aanvullend wetsvoorstel en goedkeuring door beide Kamers zijn nodig.

Zelf doorrekenen

In de vermogensbelasting-calculator vul je per categorie je bezittingen in, zet je desgewenst werkelijk rendement aan en zie je alle rekenmethodes naast elkaar met de voordeligste uitkomst gemarkeerd.

Zelf doorrekenen

Vul je eigen bedragen in en zie direct je uitkomst.

Bereken je box 3 heffing

De bedragen en percentages in dit artikel zijn indicatief en gebaseerd op de configuratie van deze website. Lees de disclaimer.

Meer artikelen